1. Artikel I, onderdelen A, C tot en met E, de onderdelen G en H en de onderdelen J tot en met N, artikel II, onderdelen A tot en met D, alsmede artikel IIIen artikel IV, zijn niet van toepassing op de inburgeringsplichtige, wiens inburgeringsplicht uiterlijk de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet is gestart.
2. Artikel I, onderdeel I, is niet van toepassing op de inburgeringsplichtige die op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet is ingeschreven in de basisregistratie personen, met dien verstande dat indien hij rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd als bedoeld in
artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000, het gaat om de inschrijving in de gemeente waar hij op grond van
artikel 28 van de Huisvestingswet 2014is gehuisvest.