1. In afwijking van
artikel 114, tweede lid, van de Waterschapswetkunnen waterschappen waarin op 10 februari 2016 een belastingverordening gold voor het heffen van precariobelasting voor enige openbare werken van algemeen nut, die belasting blijven heffen tot 1 januari 2022, tot ten hoogste het in die verordening vastgestelde tarief.
2. In geval van de instelling van een waterschap of wijziging van het gebied van een waterschap wordt het ten hoogste in het gehele gebied van het waterschap te heffen tarief met ingang van de datum van die instelling of die wijziging als volgt berekend:
a. in een nieuw waterschap: per overgaand gebied wordt het aantal meter openbare werken vermenigvuldigd met het voorafgaand aan de datum van de instelling van het waterschap per meter geldende tarief, waarna de som wordt gedeeld door het totaal aantal meter openbare werken in het nieuwe waterschap;
b. in een bestaand waterschap waaraan gebied wordt toegevoegd: het aantal meter openbare werken in dat waterschap en in het toegevoegde gebied onderscheidenlijk de toegevoegde gebieden wordt vermenigvuldigd met het voorafgaand aan de datum van de wijziging van het gebied van een waterschap per meter geldende tarief, waarna de som wordt gedeeld door het totaal aantal meter openbare werken in het gebied van het waterschap na de datum van de toevoeging van gebied.
3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt het tarief in een gebied waar geen belasting als bedoeld in het eerste lid wordt geheven geacht nul euro per meter te bedragen.