BWBR0039429
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 6.1
Comptabiliteitswet 2016
Onverminderd het elders bij wet of EU-verordening bepaalde, houdt Onze Minister die het aangaat, toezicht op:
a. rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen die direct, indirect of voorwaardelijk: 1°. een subsidie, lening, garantie of een bijdrage in natura met kenmerken van een subsidie, lening of garantie ten laste van de rijksbegroting hebben ontvangen;
2°. een fiscale tegemoetkoming inzake speur- en ontwikkelingswerk, een energie-investering, een milieu-investering of een investering in huurwoningen hebben ontvangen ten behoeve waarvan door Onze Minister die het aangaat een verklaring is afgegeven of een aanwijzing bij ministeriële regeling heeft plaatsgevonden;
1°. een subsidie, lening, garantie of een bijdrage in natura met kenmerken van een subsidie, lening of garantie ten laste van de rijksbegroting hebben ontvangen;
2°. een fiscale tegemoetkoming inzake speur- en ontwikkelingswerk, een energie-investering, een milieu-investering of een investering in huurwoningen hebben ontvangen ten behoeve waarvan door Onze Minister die het aangaat een verklaring is afgegeven of een aanwijzing bij ministeriële regeling heeft plaatsgevonden;
b. rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen en die direct, indirect of voorwaardelijk een subsidie, lening of garantie ten laste van de EU-begroting hebben ontvangen, voor zover aan de lidstaat van de Europese Unie het toezicht op en de controle van die subsidie, lening of garantie en het beheer daarvan is opgelegd;
c. rechtspersonen met een wettelijke taak.
a. rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen die direct, indirect of voorwaardelijk: 1°. een subsidie, lening, garantie of een bijdrage in natura met kenmerken van een subsidie, lening of garantie ten laste van de rijksbegroting hebben ontvangen;
2°. een fiscale tegemoetkoming inzake speur- en ontwikkelingswerk, een energie-investering, een milieu-investering of een investering in huurwoningen hebben ontvangen ten behoeve waarvan door Onze Minister die het aangaat een verklaring is afgegeven of een aanwijzing bij ministeriële regeling heeft plaatsgevonden;
1°. een subsidie, lening, garantie of een bijdrage in natura met kenmerken van een subsidie, lening of garantie ten laste van de rijksbegroting hebben ontvangen;
2°. een fiscale tegemoetkoming inzake speur- en ontwikkelingswerk, een energie-investering, een milieu-investering of een investering in huurwoningen hebben ontvangen ten behoeve waarvan door Onze Minister die het aangaat een verklaring is afgegeven of een aanwijzing bij ministeriële regeling heeft plaatsgevonden;
b. rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen en die direct, indirect of voorwaardelijk een subsidie, lening of garantie ten laste van de EU-begroting hebben ontvangen, voor zover aan de lidstaat van de Europese Unie het toezicht op en de controle van die subsidie, lening of garantie en het beheer daarvan is opgelegd;
c. rechtspersonen met een wettelijke taak.