BWBR0039429
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 10.2
Comptabiliteitswet 2016
1. De bepalingen van de <a href="/wet/BWBR0013891" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Comptabiliteitswet 2001</a>en de daarop berustende bepalingen zoals deze golden voor de inwerkingtreding van deze wet blijven van toepassing op:
a. de begrotingen en de suppletoire begrotingen, jaarverslagen en rapporten die met deze begrotingen samenhangen, voor zover de begrotingen voor de inwerkingtreding van deze wet bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal zijn ingediend;
b. de besluiten betreffende de aanwijzing als baten-lastenagentschap of verplichtingen-kasagentschap, bedoeld in de artikelen 10 en 11a van de Comptabiliteitswet 2001, voor zover de besluiten voor de inwerkingtreding van deze wet zijn genomen;
c. de besluiten betreffende de aanwijzing tot het aanhouden van liquide middelen in de schatkist van het Rijk of het uitzetten van liquide middelen, bedoeld in de artikelen 24, zesde lid, en 45 van de Comptabiliteitswet 2001, voor zover de besluiten voor de inwerkingtreding van deze wet zijn genomen;
d. de privaatrechtelijke rechtshandelingen, bedoeld in de artikelen 32, 34 en 34a van de Comptabiliteitswet 2001, voor zover de rechtshandelingen voor de inwerkingtreding van deze wet zijn verricht;
e. de bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer, bedoeld in hoofdstuk VII van de Comptabiliteitswet 2001, voor zover de bevoegdheden voor de inwerkingtreding van deze wet zijn toegepast.
2. De bepalingen van deze wet zijn niet van toepassing op:
a. de begrotingen en de suppletoire begrotingen, jaarverslagen en rapporten die met deze begrotingen samenhangen, voor zover de begrotingen voor de inwerkingtreding van deze wet bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal zijn ingediend;
b. de privaatrechtelijke rechtshandelingen, bedoeld in de artikelen 32, 34 en 34a van de Comptabiliteitswet 2001, voor zover de rechtshandelingen voor de inwerkingtreding van deze wet zijn verricht;
c. de bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer, bedoeld in hoofdstuk VII van de Comptabiliteitswet 2001, voor zover de bevoegdheden voor de inwerkingtreding van deze wet zijn toegepast.
a. de begrotingen en de suppletoire begrotingen, jaarverslagen en rapporten die met deze begrotingen samenhangen, voor zover de begrotingen voor de inwerkingtreding van deze wet bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal zijn ingediend;
b. de besluiten betreffende de aanwijzing als baten-lastenagentschap of verplichtingen-kasagentschap, bedoeld in de artikelen 10 en 11a van de Comptabiliteitswet 2001, voor zover de besluiten voor de inwerkingtreding van deze wet zijn genomen;
c. de besluiten betreffende de aanwijzing tot het aanhouden van liquide middelen in de schatkist van het Rijk of het uitzetten van liquide middelen, bedoeld in de artikelen 24, zesde lid, en 45 van de Comptabiliteitswet 2001, voor zover de besluiten voor de inwerkingtreding van deze wet zijn genomen;
d. de privaatrechtelijke rechtshandelingen, bedoeld in de artikelen 32, 34 en 34a van de Comptabiliteitswet 2001, voor zover de rechtshandelingen voor de inwerkingtreding van deze wet zijn verricht;
e. de bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer, bedoeld in hoofdstuk VII van de Comptabiliteitswet 2001, voor zover de bevoegdheden voor de inwerkingtreding van deze wet zijn toegepast.
2. De bepalingen van deze wet zijn niet van toepassing op:
a. de begrotingen en de suppletoire begrotingen, jaarverslagen en rapporten die met deze begrotingen samenhangen, voor zover de begrotingen voor de inwerkingtreding van deze wet bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal zijn ingediend;
b. de privaatrechtelijke rechtshandelingen, bedoeld in de artikelen 32, 34 en 34a van de Comptabiliteitswet 2001, voor zover de rechtshandelingen voor de inwerkingtreding van deze wet zijn verricht;
c. de bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer, bedoeld in hoofdstuk VII van de Comptabiliteitswet 2001, voor zover de bevoegdheden voor de inwerkingtreding van deze wet zijn toegepast.