Artikel 1
Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt mandaat en machtiging verleend voor het uitoefenen van de bevoegdheid, bedoeld in de artikelen 8.5en 8.7 van de Waterwet, voor zover het de handhaving van het bepaalde bij of krachtens paragraaf 6a van hoofdstuk 6 van het Waterbesluitbetreft.