Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
– bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra en artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES;
– deficiëntieopleiding: opleiding van tussen de 30 en 60 studiepunten die is vormgegeven als bacheloropleiding binnen het wetenschappelijk onderwijs maar die niet leidt tot de graad Bachelor binnen het wetenschappelijk onderwijs, en die is gericht op het wegwerken van deficiënties met als doel toelating tot een masteropleiding binnen het wetenschappelijk onderwijs;
– masteropleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel b, en artikel 7.3b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of een opleiding, buiten Nederland maar binnen de Europese Unie en het Koninkrijk der Nederlanden die vergelijkbaar is met een opleiding, als hiervoor genoemd, wat betreft niveau, kwaliteit en afsluitend examen;
– minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
– opleiding: masteropleiding of daaraan voorafgaande deficiëntieopleiding;
– school: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
– schoolleider: directeur of adjunct-directeur als bedoeld in artikel 29, eerste onderscheidenlijk derde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 31, eerste onderscheidenlijk derde lid, van de Wet primair onderwijs BES en artikel 29, eerste onderscheidenlijk derde lid, van de Wet op de expertisecentra;
– studieverlofuur: uur waarop de schoolleider wordt vrijgesteld van zijn taken als schoolleider om deze tijd te kunnen besteden aan een opleiding.
– bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra en artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES;
– deficiëntieopleiding: opleiding van tussen de 30 en 60 studiepunten die is vormgegeven als bacheloropleiding binnen het wetenschappelijk onderwijs maar die niet leidt tot de graad Bachelor binnen het wetenschappelijk onderwijs, en die is gericht op het wegwerken van deficiënties met als doel toelating tot een masteropleiding binnen het wetenschappelijk onderwijs;
– masteropleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel b, en artikel 7.3b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of een opleiding, buiten Nederland maar binnen de Europese Unie en het Koninkrijk der Nederlanden die vergelijkbaar is met een opleiding, als hiervoor genoemd, wat betreft niveau, kwaliteit en afsluitend examen;
– minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
– opleiding: masteropleiding of daaraan voorafgaande deficiëntieopleiding;
– school: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
– schoolleider: directeur of adjunct-directeur als bedoeld in artikel 29, eerste onderscheidenlijk derde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 31, eerste onderscheidenlijk derde lid, van de Wet primair onderwijs BES en artikel 29, eerste onderscheidenlijk derde lid, van de Wet op de expertisecentra;
– studieverlofuur: uur waarop de schoolleider wordt vrijgesteld van zijn taken als schoolleider om deze tijd te kunnen besteden aan een opleiding.