1. Het UWV kan, in zoverre in afwijking van de
artikelen 29ben
29d van de ZW, ambtshalve besluiten dat de werknemer vanaf de eerste dag van zijn ongeschiktheid tot werken recht heeft op ziekengeld over de perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn aangevangen in de vijf jaren na aanvang van de nieuwe dienstbetrekking, indien die werknemer:
a. gedurende een tijdvak van ten minste 52 weken ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de ZW; en
b. geen werkgever heeft jegens wie hij, bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, zwangerschap of bevalling, recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond van artikel 76a, eerste lid, van de ZW.
2. In het besluit, bedoeld in het eerste lid, bepaalt het UWV dat de werknemer geen recht heeft op ziekengeld indien de nieuwe dienstbetrekking later aanvangt dan vijf jaar na de dag waarop dat besluit is bekendgemaakt.
3. Voor de toepassing van dit artikel zijn de
artikelen 19, vierde lid,
19aa, vierde lid,
29, derde, vierde, vijfde en tiende lid, en
29b, vijfde en zesde lid, van de ZW, van overeenkomstige toepassing.