Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
commercieel gehouden gevogelte: gevogelte bestemd voor de productie van vlees, eieren of andere producten, voor het uitzetten in het wild, of het fokken van gevogelte voor deze doeleinden, met de bedoeling geld te verdienen;
risicogevogelte: pluimvee, watervogels of loopvogels, in gevangenschap gehouden of gefokt;
hygiëneprotocol: set praktische hygiëneregels ter bevordering van de bioveiligheid in een specifieke situatie zoals bekendgemaakt op de website van de NVWA;
inrichting: agrarische of andere inrichting waar commercieel gehouden vogels of andere in gevangenschap levende vogels worden gekweekt of gehouden, met uitzondering van slachthuizen, vervoermiddelen, quarantainevoorzieningen en quarantainestations, grensinspectieposten en laboratoria die met officiële toestemming aviaire influenzavirussen bewaren;
loopvogels: Struthioniformes (struisvogels), Rheiformes (nandoes), Casuariiformes (kasuarissen en emoes) en Apterygiformes (kiwi’s);
vogelverblijfplaats: kooi, volière, terrein of gebouw met uitzondering van menselijke woonruimte, waar risicogevogelte aanwezig is of gewoonlijk wordt gehouden en aanverwante ruimtes waar materiaal ten behoeve van het risicogevogelte is opgeslagen of gewoonlijk wordt opgeslagen;
watervogels: zwanen, ganzen, eenden, duikers, aalscholvers, reigers, ooievaars, ibissen, flamingo’s, futen, kraanvogels, rallen, steltlopers, meeuwen en sterns.
commercieel gehouden gevogelte: gevogelte bestemd voor de productie van vlees, eieren of andere producten, voor het uitzetten in het wild, of het fokken van gevogelte voor deze doeleinden, met de bedoeling geld te verdienen;
risicogevogelte: pluimvee, watervogels of loopvogels, in gevangenschap gehouden of gefokt;
hygiëneprotocol: set praktische hygiëneregels ter bevordering van de bioveiligheid in een specifieke situatie zoals bekendgemaakt op de website van de NVWA;
inrichting: agrarische of andere inrichting waar commercieel gehouden vogels of andere in gevangenschap levende vogels worden gekweekt of gehouden, met uitzondering van slachthuizen, vervoermiddelen, quarantainevoorzieningen en quarantainestations, grensinspectieposten en laboratoria die met officiële toestemming aviaire influenzavirussen bewaren;
loopvogels: Struthioniformes (struisvogels), Rheiformes (nandoes), Casuariiformes (kasuarissen en emoes) en Apterygiformes (kiwi’s);
vogelverblijfplaats: kooi, volière, terrein of gebouw met uitzondering van menselijke woonruimte, waar risicogevogelte aanwezig is of gewoonlijk wordt gehouden en aanverwante ruimtes waar materiaal ten behoeve van het risicogevogelte is opgeslagen of gewoonlijk wordt opgeslagen;
watervogels: zwanen, ganzen, eenden, duikers, aalscholvers, reigers, ooievaars, ibissen, flamingo’s, futen, kraanvogels, rallen, steltlopers, meeuwen en sterns.