BWBR0038662
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 3.32
Besluit natuurbescherming
1. Gedeputeerde staten zijn belast met het uitvoeren in hun provincie van uitroeiingsmaatregelen als bedoeld in artikel 17 van de Verordening invasieve uitheemse soorten, beheersmaatregelen als bedoeld in artikel 19 van de Verordening invasieve uitheemse soorten en herstelmaatregelen als bedoeld in artikel 20 van de Verordening invasieve uitheemse soorten, ten aanzien van bij ministeriële regeling aangewezen uitheemse invasieve soorten die worden genoemd op de Unielijst, bedoeld in artikel 4 van de Verordening invasieve uitheemse soorten.
2. De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats in overeenstemming met gedeputeerde staten, bedoeld in het eerste lid.
3. Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen nadere regels worden gesteld over de maatregelen, bedoeld in het eerste lid. Deze regels kunnen in elk geval betrekking hebben op:
a. de door gedeputeerde staten te gebruiken methoden, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Verordening invasieve uitheemse soorten;
b. de rangschikking naar prioriteit van beheersmaatregelen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Verordening invasieve uitheemse soorten;
c. de aard van de door gedeputeerde staten te nemen beheersmaatregelen, overeenkomstig artikel 19, tweede en derde lid, van de Verordening invasieve uitheemse soorten;
d. de aard van de door gedeputeerde staten te nemen herstelmaatregelen, overeenkomstig artikel 20, eerste en tweede lid, van de Verordening invasieve uitheemse soorten, en
e. de gegevens die gedeputeerden aan Onze Minister verstrekken over de uitvoering van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, en over de aanwezigheid van dieren van invasieve uitheemse soorten in hun provincie.
2. De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats in overeenstemming met gedeputeerde staten, bedoeld in het eerste lid.
3. Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen nadere regels worden gesteld over de maatregelen, bedoeld in het eerste lid. Deze regels kunnen in elk geval betrekking hebben op:
a. de door gedeputeerde staten te gebruiken methoden, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Verordening invasieve uitheemse soorten;
b. de rangschikking naar prioriteit van beheersmaatregelen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Verordening invasieve uitheemse soorten;
c. de aard van de door gedeputeerde staten te nemen beheersmaatregelen, overeenkomstig artikel 19, tweede en derde lid, van de Verordening invasieve uitheemse soorten;
d. de aard van de door gedeputeerde staten te nemen herstelmaatregelen, overeenkomstig artikel 20, eerste en tweede lid, van de Verordening invasieve uitheemse soorten, en
e. de gegevens die gedeputeerden aan Onze Minister verstrekken over de uitvoering van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, en over de aanwezigheid van dieren van invasieve uitheemse soorten in hun provincie.