BWBR0038662
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 3.2
Besluit natuurbescherming
1. De jachthouder verleent aan derden, anders dan de jachtopzichter, uitsluitend de toestemming, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.20, vierde lid, van de wet</a>, indien:
a. hij een natuurlijke persoon is en aan hem een jachtakte of valkeniersakte is verleend die op het tijdstip van ondertekening van de toestemming geldig is;
b. hij een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie van samenwerkende jachthouders is, of
c. hij een bij ministeriële regeling aangewezen rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie is.
2. Aanwijzing van een organisatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, geschiedt uitsluitend, indien naar het oordeel van Onze Minister een duurzaam beheer van populaties in het wild levende dieren door deze organisatie, gelet op haar doelstelling en gelet op de kennis en kunde waarover de organisatie beschikt, in voldoende mate is verzekerd. Indien een aangewezen organisatie naar het oordeel van Onze Minister niet langer aan de in de eerste volzin bedoelde voorwaarde voor aanwijzing voldoet, kan hij de aanwijzing van de organisatie intrekken.
a. hij een natuurlijke persoon is en aan hem een jachtakte of valkeniersakte is verleend die op het tijdstip van ondertekening van de toestemming geldig is;
b. hij een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie van samenwerkende jachthouders is, of
c. hij een bij ministeriële regeling aangewezen rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie is.
2. Aanwijzing van een organisatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, geschiedt uitsluitend, indien naar het oordeel van Onze Minister een duurzaam beheer van populaties in het wild levende dieren door deze organisatie, gelet op haar doelstelling en gelet op de kennis en kunde waarover de organisatie beschikt, in voldoende mate is verzekerd. Indien een aangewezen organisatie naar het oordeel van Onze Minister niet langer aan de in de eerste volzin bedoelde voorwaarde voor aanwijzing voldoet, kan hij de aanwijzing van de organisatie intrekken.