BWBR0038662
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 3.17
Besluit natuurbescherming
1. De verzekering, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.26" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.26, eerste lid, onderdeel c, van de wet</a>, is gesloten met een financiële onderneming die ingevolge <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/2:48" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.48 van de Wet op het financieel toezicht</a>in Nederland het bedrijf van schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang mag uitoefenen.
2. De verzekering geeft dekking van 1 april tot 1 april van het jaar daaropvolgend en is van kracht voor geheel Nederland.
3. De verzekering dekt de aansprakelijkheid voor een bedrag van ten minste € 1.000.000,– per gebeurtenis.
4. De polis, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/932" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 932 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>van de verzekering, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.26" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.26, eerste lid, onderdeel c, van de wet</a>bevat in elk geval de volgende gegevens:
a. naam en adres van de verzekeraar;
b. naam en adres van de verzekeringnemer;
c. het polisnummer;
d. dagtekening en jaar van de ingang en van het einde van de dekking;
e. de aanduiding van de personen die als verzekerden worden aangemerkt;
f. het gebied waarin de verzekering van kracht is, en
g. het verzekerde bedrag.
5. De korpschef maakt aantekening van de gegevens, bedoeld in het vierde lid.
6. De houder van de jachtakte meldt elke wijziging van één van de gegevens, bedoeld in het vierde lid, onmiddellijk aan de korpschef.
7. De korpschef verstrekt op verzoek schriftelijke inlichtingen over de nakoming van <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.26" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.26, eerste lid, aanhef in samenhang met onderdeel c, van de wet</a>voor zover deze blijken uit de bijgehouden aantekeningen, bedoeld in het vijfde lid, aan:
a. Onze Minister en Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
b. de personen belast met de opsporing van de bij of krachtens de wet strafbaar gestelde feiten, en
c. hen die aannemelijk maken dat zij betrokken zijn bij schade die grond kan opleveren voor toepassing van artikel 3.29 van de wet.
2. De verzekering geeft dekking van 1 april tot 1 april van het jaar daaropvolgend en is van kracht voor geheel Nederland.
3. De verzekering dekt de aansprakelijkheid voor een bedrag van ten minste € 1.000.000,– per gebeurtenis.
4. De polis, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/932" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 932 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>van de verzekering, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.26" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.26, eerste lid, onderdeel c, van de wet</a>bevat in elk geval de volgende gegevens:
a. naam en adres van de verzekeraar;
b. naam en adres van de verzekeringnemer;
c. het polisnummer;
d. dagtekening en jaar van de ingang en van het einde van de dekking;
e. de aanduiding van de personen die als verzekerden worden aangemerkt;
f. het gebied waarin de verzekering van kracht is, en
g. het verzekerde bedrag.
5. De korpschef maakt aantekening van de gegevens, bedoeld in het vierde lid.
6. De houder van de jachtakte meldt elke wijziging van één van de gegevens, bedoeld in het vierde lid, onmiddellijk aan de korpschef.
7. De korpschef verstrekt op verzoek schriftelijke inlichtingen over de nakoming van <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.26" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.26, eerste lid, aanhef in samenhang met onderdeel c, van de wet</a>voor zover deze blijken uit de bijgehouden aantekeningen, bedoeld in het vijfde lid, aan:
a. Onze Minister en Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
b. de personen belast met de opsporing van de bij of krachtens de wet strafbaar gestelde feiten, en
c. hen die aannemelijk maken dat zij betrokken zijn bij schade die grond kan opleveren voor toepassing van artikel 3.29 van de wet.