BWBR0038662
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 1.5
Besluit natuurbescherming
1. Als categorie van handelingen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/1.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.3, vijfde lid, onderdeel a, van de wet</a>wordt aangewezen het vangen en onder zich hebben van dieren van de soorten, aangewezen in het derde lid, ten behoeve van:
a. het opvangen en verzorgen van zieke of gewonde dieren van deze soorten in een opvangcentrum;
b. het doen van wetenschappelijk onderzoek.
2. Het eerste lid is uitsluitend van toepassing ten aanzien van de bevoegdheden, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 3.8, eerste en tweede lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3.10, tweede lid</a>, in samenhang met <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.8, eerste en tweede lid, van de wet</a>.
3. Als soorten als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen:
a. bruinvis;
b. gewone dolfijn;
c. gewone zeehond;
d. grijze zeehond;
e. tuimelaar;
f. witflankdolfijn;
g. witsnuitdolfijn.
a. het opvangen en verzorgen van zieke of gewonde dieren van deze soorten in een opvangcentrum;
b. het doen van wetenschappelijk onderzoek.
2. Het eerste lid is uitsluitend van toepassing ten aanzien van de bevoegdheden, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 3.8, eerste en tweede lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3.10, tweede lid</a>, in samenhang met <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.8, eerste en tweede lid, van de wet</a>.
3. Als soorten als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen:
a. bruinvis;
b. gewone dolfijn;
c. gewone zeehond;
d. grijze zeehond;
e. tuimelaar;
f. witflankdolfijn;
g. witsnuitdolfijn.