1. Aan de manager Operatie, de regiomanagers, de manager Bedrijfsbureau, de programmamanager en de rayonmanagers wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden ten behoeve van de medewerkers van de eigen organisatorische eenheid, voor zover het betreft:
a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;
b. het houden van manager-medewerkergesprekken;
c. verlof van medewerkers;
d. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, ten bedrage van ten hoogste € 250,– per medewerker, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.
2. In aanvulling op het eerste lid wordt in het geval een rayonmanager de beoordeling van een medewerker opmaakt, aan de regiomanager die boven de rayonmanager ressorteert ook mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het vaststellen van deze beoordeling.