Artikel 1
De Inspecteur-Generaal en de Hoofdinspecteurs van de Inspectie voor de Gezondheidszorg hebben de bevoegdheid om ten aanzien van een door hen in mandaat genomen besluit tot het opleggen van een schriftelijke aanwijzing als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, in naam van de Minister een besluit te nemen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur.