1. De Autoriteit Consument en Markt, bedoeld in
artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt, is voor Nederland:
a. het toezichthoudende orgaan, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de verordening;
b. het in artikel 22, derde lid, van de verordening bedoelde orgaan dat verantwoordelijk is voor het opstellen, onderhouden en publiceren van vertrouwenslijsten als bedoeld in dat artikel.
2. De Minister van Veiligheid en Justitie is voor Nederland het nationale orgaan voor informatieveiligheid, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de verordening.
3. Het College bescherming persoonsgegevens, bedoeld in
artikel 51, eerste lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens, is voor Nederland de gegevensbeschermingsautoriteit, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de verordening.