Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder in-vitrofertilisatie: het tot stand brengen van menselijke embryo’s buiten het lichaam.
Artikel 2 De omvang van de behoefte aan in-vitrofertilisatie en de wijze waarop in deze behoefte kan worden voorzien, zijn neergelegd in bijlage 1.
Artikel 5 De voorschriften behorend bij een vergunning voor in-vitrofertilisatie zijn neergelegd in de beleidsregels in bijlage 3.
Artikel 6 Vergunningen die op het moment van inwerkingtreding van deze regeling geldig zijn voor het uitvoeren van in-vitrofertilisatie, worden gelijkgesteld met vergunningen, verleend ingevolge deze regeling.
Artikel 8 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.