1. Een beschikking die het Zorginstituut Nederland, genoemd in
artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswetop grond van
artikel 9b,
artikel 9c,
artikelen 18d tot en met 18g,
artikel 34a,
artikel 69,
artikel 70of
artikel 122a van de Zorgverzekeringswet, van
artikel 2.2.5of
artikel 3.1.4 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet, heeft genomen, geldt als een beschikking van het CAK, genoemd in
artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg.
2. Een verzoek gericht aan het Zorginstituut Nederland, om een beschikking te nemen op grond van
artikel 9b,
artikel 9c,
artikelen 18d tot en met 18g,
artikel 34a,
artikel 69,
artikel 70of
artikel 122a van de Zorgverzekeringswet,
artikel 2.2.5of
artikel 3.1.4 van de Invoeringswet- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet, wordt beschouwd als te zijn gericht tot het CAK.
3. Bij het Zorginstituut Nederland aanhangige bezwaarschriften ingesteld tegen een door dat instituut op grond van
artikel 9b,
artikel 9c,
artikelen 18d tot en met 18g,
artikel 34a,
artikel 69,
artikel 70of
artikel 122a van de Zorgverzekeringswet,
artikel 2.2.5of
artikel 3.1.4 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswetgenomen beschikking, gaan in de staat waarin zij zich bevinden, over naar het CAK.
4. Een beslissing die het Zorginstituut Nederland op bezwaar tegen een beschikking op grond van
artikel 9b,
artikel 9c,
artikelen 18d tot en met 18g,
artikel 34a,
artikel 69,
artikel 70of
artikel 122a van de Zorgverzekeringswet,
artikel 2.2.5of
artikel 3.1.4 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet, heeft genomen, geldt als een beslissing van het CAK.
5. In een beroep ingesteld tegen een door het Zorginstituut Nederland op grond van
artikel 9b,
artikel 9c,
artikelen 18d tot en met 18g,
artikel 34a,
artikel 69,
artikel 70of
artikel 122a van de Zorgverzekeringswet,
artikel 2.2.5of
artikel 3.1.4 van de Invoeringswet- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet, genomen beschikking, treedt het CAK in de plaats van dat instituut zonder dat daarvoor betekening nodig is met aanwijzing van een gemachtigde.
6. Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op een ingesteld hoger beroep.
7. In het geval van een overgang van een executoriale titel op grond van het eerste lid, is
artikel 431a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingniet van toepassing.