BWBR0037885
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 9.12
Omgevingswet
1. Als de vervreemder het voornemen heeft tot vervreemding over te gaan en artikel 9.7van toepassing is, nodigt hij het bevoegd gezag uit in onderhandeling te treden over vervreemding aan de gemeente, de provincie of de Staat tegen nader overeen te komen voorwaarden.
2. Als de voorgenomen vervreemding betrekking heeft op onroerende zaken waarop voor een deel een voorkeursrecht is gevestigd maar die een samenhangend geheel vormen, kan de vervreemder, onverminderd <a href="/wet/BWBR0005290" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 11 van titel 5 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>, als voorwaarde stellen dat dit geheel van onroerende zaken in de vervreemding wordt betrokken.
3. Als de onroerende zaken als onderdeel van een onderneming worden geëxploiteerd, kan de vervreemder als voorwaarde stellen dat de onderneming in de vervreemding wordt betrokken.
4. Als artikel 9.2, derde of vijfde lid, van toepassing is en er al een uitnodiging tot onderhandeling aan het college van burgemeester en wethouders of gedeputeerde staten is gedaan, wordt die uitnodiging aangemerkt als een uitnodiging aan gedeputeerde staten of Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. Als de voorgenomen vervreemding betrekking heeft op onroerende zaken waarop voor een deel een voorkeursrecht is gevestigd maar die een samenhangend geheel vormen, kan de vervreemder, onverminderd <a href="/wet/BWBR0005290" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 11 van titel 5 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>, als voorwaarde stellen dat dit geheel van onroerende zaken in de vervreemding wordt betrokken.
3. Als de onroerende zaken als onderdeel van een onderneming worden geëxploiteerd, kan de vervreemder als voorwaarde stellen dat de onderneming in de vervreemding wordt betrokken.
4. Als artikel 9.2, derde of vijfde lid, van toepassing is en er al een uitnodiging tot onderhandeling aan het college van burgemeester en wethouders of gedeputeerde staten is gedaan, wordt die uitnodiging aangemerkt als een uitnodiging aan gedeputeerde staten of Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.