BWBR0037885
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 5.46
Omgevingswet
1. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, stelt voor werken met een nationaal belang in ieder geval een projectbesluit vast voor de volgende projecten:
a. de aanleg van een autoweg of autosnelweg, spoorweg of vaarweg,
b. een wijziging van een autoweg of autosnelweg, die bestaat uit: 1°. de ombouw van een weg tot autosnelweg, of
2°. de uitbreiding van een weg met een of meer rijstroken, als het uit te breiden weggedeelte twee knooppunten of aansluitingen met elkaar verbindt,
1°. de ombouw van een weg tot autosnelweg, of
2°. de uitbreiding van een weg met een of meer rijstroken, als het uit te breiden weggedeelte twee knooppunten of aansluitingen met elkaar verbindt,
c. een wijziging van een spoorweg die bestaat uit: 1°. een uitbreiding van die spoorweg met een of meer sporen, als het uit te breiden spoorweggedeelte twee aansluitingen met elkaar verbindt,
2°. de aanleg van spoorwegbouwkundige bouwwerken,
3°. de aanleg van een verbindingsboog, of
4°. een geheel van onderling samenhangende maatregelen voor die spoorweg,
1°. een uitbreiding van die spoorweg met een of meer sporen, als het uit te breiden spoorweggedeelte twee aansluitingen met elkaar verbindt,
2°. de aanleg van spoorwegbouwkundige bouwwerken,
3°. de aanleg van een verbindingsboog, of
4°. een geheel van onderling samenhangende maatregelen voor die spoorweg,
d. het opnieuw in gebruik nemen van een al aangelegde spoorweg van vijf kilometer of meer,
e. een wijziging van een vaarweg die bestaat uit een vergroting of verdieping waardoor het ruimteoppervlak van de vaarweg met ten minste twintig procent toeneemt of de vaarweg blijvend wordt verdiept waarbij meer dan vijf miljoen kubieke meter grond wordt verzet,
f. de aanleg, verlegging of versterking van primaire waterkeringen die in beheer zijn bij het Rijk.
2. Het dagelijks bestuur van het waterschap stelt in ieder geval een projectbesluit vast voor de aanleg, verlegging of versterking van primaire waterkeringen die niet onder het eerste lid, aanhef en onder f, vallen.
a. de aanleg van een autoweg of autosnelweg, spoorweg of vaarweg,
b. een wijziging van een autoweg of autosnelweg, die bestaat uit: 1°. de ombouw van een weg tot autosnelweg, of
2°. de uitbreiding van een weg met een of meer rijstroken, als het uit te breiden weggedeelte twee knooppunten of aansluitingen met elkaar verbindt,
1°. de ombouw van een weg tot autosnelweg, of
2°. de uitbreiding van een weg met een of meer rijstroken, als het uit te breiden weggedeelte twee knooppunten of aansluitingen met elkaar verbindt,
c. een wijziging van een spoorweg die bestaat uit: 1°. een uitbreiding van die spoorweg met een of meer sporen, als het uit te breiden spoorweggedeelte twee aansluitingen met elkaar verbindt,
2°. de aanleg van spoorwegbouwkundige bouwwerken,
3°. de aanleg van een verbindingsboog, of
4°. een geheel van onderling samenhangende maatregelen voor die spoorweg,
1°. een uitbreiding van die spoorweg met een of meer sporen, als het uit te breiden spoorweggedeelte twee aansluitingen met elkaar verbindt,
2°. de aanleg van spoorwegbouwkundige bouwwerken,
3°. de aanleg van een verbindingsboog, of
4°. een geheel van onderling samenhangende maatregelen voor die spoorweg,
d. het opnieuw in gebruik nemen van een al aangelegde spoorweg van vijf kilometer of meer,
e. een wijziging van een vaarweg die bestaat uit een vergroting of verdieping waardoor het ruimteoppervlak van de vaarweg met ten minste twintig procent toeneemt of de vaarweg blijvend wordt verdiept waarbij meer dan vijf miljoen kubieke meter grond wordt verzet,
f. de aanleg, verlegging of versterking van primaire waterkeringen die in beheer zijn bij het Rijk.
2. Het dagelijks bestuur van het waterschap stelt in ieder geval een projectbesluit vast voor de aanleg, verlegging of versterking van primaire waterkeringen die niet onder het eerste lid, aanhef en onder f, vallen.