BWBR0037885
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.31
Omgevingswet
1. De in artikel 4.3bedoelde regels over de uitoefening van de jacht, activiteiten om populaties van in het wild levende dieren te beheren of schade door dieren te bestrijden, worden gesteld met het oog op:
a. de natuurbescherming,
b. goed jachthouderschap,
c. het voorkomen en bestrijden van schade door dieren,
d. het waarborgen van de veiligheid.
2. De regels strekken er in ieder geval toe:
a. dat de uitoefening van de jacht en activiteiten als bedoeld in het eerste lid plaatsvinden in overeenstemming met een faunabeheerplan,
b. te bepalen in welke periode de uitoefening van de jacht op dieren van een bepaalde soort is toegestaan, van welke middelen bij de uitoefening van de jacht gebruik kan worden gemaakt en onder welke omstandigheden de uitoefening van de jacht is verboden.
a. de natuurbescherming,
b. goed jachthouderschap,
c. het voorkomen en bestrijden van schade door dieren,
d. het waarborgen van de veiligheid.
2. De regels strekken er in ieder geval toe:
a. dat de uitoefening van de jacht en activiteiten als bedoeld in het eerste lid plaatsvinden in overeenstemming met een faunabeheerplan,
b. te bepalen in welke periode de uitoefening van de jacht op dieren van een bepaalde soort is toegestaan, van welke middelen bij de uitoefening van de jacht gebruik kan worden gemaakt en onder welke omstandigheden de uitoefening van de jacht is verboden.