BWBR0037885
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 20.14
Omgevingswet
1. Het bestuursorgaan dat of de andere instantie die op grond van artikel 20.2, eerste lid, is belast met de uitvoering van de monitoring zorgt voor:
a. de verslaglegging van de resultaten van de monitoring voor omgevingswaarden, bedoeld in artikel 20.1, eerste lid, de beoordeling van die resultaten en de toetsing of aan die omgevingswaarden wordt voldaan,
b. de verslaglegging van de resultaten van de monitoring van de voortgang, uitvoering en het doelbereik van een op grond van paragraaf 3.2.4 opgesteld programma, bedoeld in artikel 20.1, tweede lid.
2. Bij het omgevingsplan, de omgevingsverordening of de algemene maatregel van bestuur tot aanwijzing van een programma als bedoeld in artikel 3.15, tweede, derde of vierde lid, wordt ook de methode en de frequentie van de verslaglegging bepaald.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een daarbij aangewezen bestuursorgaan zorgt voor de verslaglegging en de beoordeling van:
a. de resultaten van de monitoring voor alarmeringswaarden of andere parameters voor de staat of kwaliteit van de leefomgeving, bedoeld in artikel 20.1, eerste en derde lid,
b. de gegevens, bedoeld in artikel 20.6, eerste lid.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de openbaarmaking van verslagen.
5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de:
a. toezending van een verslag aan Onze Minister die het aangaat of een ander bestuursorgaan, voor rapportage aan beide kamers der Staten-Generaal of de Europese Commissie,
b. bekendmaking van een verslag of het doen van een mededeling aan derden.
6. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. de in een verslag op te nemen gegevens,
b. de vorm van een verslag,
c. de beoordeling van de gegevens en de daarbij te gebruiken methoden.
a. de verslaglegging van de resultaten van de monitoring voor omgevingswaarden, bedoeld in artikel 20.1, eerste lid, de beoordeling van die resultaten en de toetsing of aan die omgevingswaarden wordt voldaan,
b. de verslaglegging van de resultaten van de monitoring van de voortgang, uitvoering en het doelbereik van een op grond van paragraaf 3.2.4 opgesteld programma, bedoeld in artikel 20.1, tweede lid.
2. Bij het omgevingsplan, de omgevingsverordening of de algemene maatregel van bestuur tot aanwijzing van een programma als bedoeld in artikel 3.15, tweede, derde of vierde lid, wordt ook de methode en de frequentie van de verslaglegging bepaald.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een daarbij aangewezen bestuursorgaan zorgt voor de verslaglegging en de beoordeling van:
a. de resultaten van de monitoring voor alarmeringswaarden of andere parameters voor de staat of kwaliteit van de leefomgeving, bedoeld in artikel 20.1, eerste en derde lid,
b. de gegevens, bedoeld in artikel 20.6, eerste lid.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de openbaarmaking van verslagen.
5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de:
a. toezending van een verslag aan Onze Minister die het aangaat of een ander bestuursorgaan, voor rapportage aan beide kamers der Staten-Generaal of de Europese Commissie,
b. bekendmaking van een verslag of het doen van een mededeling aan derden.
6. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. de in een verslag op te nemen gegevens,
b. de vorm van een verslag,
c. de beoordeling van de gegevens en de daarbij te gebruiken methoden.