BWBR0037885
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 2.36
Omgevingswet
1. Gedeputeerde staten kunnen namens het waterschapsbestuur en ten laste van het waterschap voorzien in het gevorderde als het waterschapsbestuur:
a. niet binnen de daarvoor gestelde termijn uitvoering geeft aan een instructie op grond van artikel 2.33 of 12.18,
b. een bij of krachtens afdeling 18.3 gevorderde beslissing niet of niet naar behoren neemt of een bij of krachtens die afdeling gevorderde handeling niet of niet naar behoren verricht.
2. Onze Minister die het aangaat kan namens het waterschapsbestuur en ten laste van het waterschap voorzien in het gevorderde als het waterschapsbestuur:
a. niet binnen de daarvoor gestelde termijn uitvoering geeft aan een instructie op grond van artikel 2.34,
b. een bij of krachtens hoofdstuk 18 gevorderde beslissing niet of niet naar behoren neemt of een bij of krachtens hoofdstuk 18 gevorderde handeling niet of niet naar behoren verricht,
c. niet of niet naar behoren uitvoering geeft aan een op grond van afdeling 20.5 opgedragen taak.
3. Op de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, zijn de <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/121" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 121, tweede en vierde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/121a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">121a tot en met 121e van de Provinciewet</a>van overeenkomstige toepassing.
a. niet binnen de daarvoor gestelde termijn uitvoering geeft aan een instructie op grond van artikel 2.33 of 12.18,
b. een bij of krachtens afdeling 18.3 gevorderde beslissing niet of niet naar behoren neemt of een bij of krachtens die afdeling gevorderde handeling niet of niet naar behoren verricht.
2. Onze Minister die het aangaat kan namens het waterschapsbestuur en ten laste van het waterschap voorzien in het gevorderde als het waterschapsbestuur:
a. niet binnen de daarvoor gestelde termijn uitvoering geeft aan een instructie op grond van artikel 2.34,
b. een bij of krachtens hoofdstuk 18 gevorderde beslissing niet of niet naar behoren neemt of een bij of krachtens hoofdstuk 18 gevorderde handeling niet of niet naar behoren verricht,
c. niet of niet naar behoren uitvoering geeft aan een op grond van afdeling 20.5 opgedragen taak.
3. Op de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, zijn de <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/121" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 121, tweede en vierde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/121a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">121a tot en met 121e van de Provinciewet</a>van overeenkomstige toepassing.