BWBR0037885
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 19.9c
Omgevingswet
1. Het bevoegd gezag verplicht de eigenaar of erfpachter tot het onmiddellijk treffen van tijdelijke beschermingsmaatregelen, op de locatie waar de verontreiniging zich bevindt of waar de directe gevolgen van blootstelling aan de verontreiniging zich voordoen, die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid als gevolg van de blootstelling te voorkomen of te beperken.
2. Artikel 19.4, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing, waarbij voor «veroorzaker» telkens wordt gelezen: eigenaar of erfpachter.
3. Als de eigenaar of erfpachter niet of niet tijdig de vereiste tijdelijke beschermingsmaatregelen treft, kan het bevoegd gezag die maatregelen treffen.
4. Een beslissing tot het treffen van tijdelijke beschermingsmaatregelen wordt op schrift gesteld en geldt als een beschikking. De beschikking wordt onmiddellijk aan de eigenaar of erfpachter gezonden.
2. Artikel 19.4, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing, waarbij voor «veroorzaker» telkens wordt gelezen: eigenaar of erfpachter.
3. Als de eigenaar of erfpachter niet of niet tijdig de vereiste tijdelijke beschermingsmaatregelen treft, kan het bevoegd gezag die maatregelen treffen.
4. Een beslissing tot het treffen van tijdelijke beschermingsmaatregelen wordt op schrift gesteld en geldt als een beschikking. De beschikking wordt onmiddellijk aan de eigenaar of erfpachter gezonden.