BWBR0037885
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 18.14
Omgevingswet
1. Het bevoegd gezag kan een bestuurlijke boete opleggen bij een overtreding van:
a. op grond van artikel 4.3, derde lid, aanhef en onder c, onder 1°, gestelde regels,
b. op grond van artikel 4.3, vierde lid, in verbinding met het derde lid, aanhef en onder c, onder 1°, gestelde regels,
c. het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, onder 3°,
d. het verbod, bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, aanhef en onder f, met betrekking tot een luchthaven.
2. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>.
a. op grond van artikel 4.3, derde lid, aanhef en onder c, onder 1°, gestelde regels,
b. op grond van artikel 4.3, vierde lid, in verbinding met het derde lid, aanhef en onder c, onder 1°, gestelde regels,
c. het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, onder 3°,
d. het verbod, bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, aanhef en onder f, met betrekking tot een luchthaven.
2. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>.