BWBR0037885
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 16.66
Omgevingswet
1. Bij de toepassing van <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht</a>op de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende leden en artikel 16.67in acht genomen.
2. Als een ander bestuursorgaan als bedoeld in artikel 16.54, eerste lid, derde zin, het bevoegd gezag is, ligt het ontwerpbesluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerpbesluit, ook ter inzage in de gemeente waar de activiteit of activiteiten geheel of in hoofdzaak zullen worden verricht.
3. De in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>bedoelde redelijke termijn bedraagt ten hoogste zes weken. De termijn waarbinnen op de aanvraag wordt beslist, kan ten hoogste eenmaal worden verlengd. De verlenging en de duur daarvan worden, met inachtneming van de in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>bedoelde termijn van acht weken, gemotiveerd aan de aanvrager meegedeeld. <a href="/wet/BWBR0026759/artikel/31" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 31, vierde lid, van de Dienstenwet</a>is niet van toepassing.
4. Als het bevoegd gezag naar aanleiding van de aanvraag om een omgevingsvergunning van oordeel is dat geen omgevingsvergunning nodig is, wordt dat vermeld in de kennisgeving, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:12</a>of <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:44" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3:44 van de Algemene wet bestuursrecht</a>.
5. Als het gaat om een ontwerpbesluit of besluit tot verlening van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, wordt dat vermeld in de kennisgeving, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:12</a>of <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:44" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3:44 van de Algemene wet bestuursrecht</a>.
2. Als een ander bestuursorgaan als bedoeld in artikel 16.54, eerste lid, derde zin, het bevoegd gezag is, ligt het ontwerpbesluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerpbesluit, ook ter inzage in de gemeente waar de activiteit of activiteiten geheel of in hoofdzaak zullen worden verricht.
3. De in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>bedoelde redelijke termijn bedraagt ten hoogste zes weken. De termijn waarbinnen op de aanvraag wordt beslist, kan ten hoogste eenmaal worden verlengd. De verlenging en de duur daarvan worden, met inachtneming van de in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>bedoelde termijn van acht weken, gemotiveerd aan de aanvrager meegedeeld. <a href="/wet/BWBR0026759/artikel/31" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 31, vierde lid, van de Dienstenwet</a>is niet van toepassing.
4. Als het bevoegd gezag naar aanleiding van de aanvraag om een omgevingsvergunning van oordeel is dat geen omgevingsvergunning nodig is, wordt dat vermeld in de kennisgeving, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:12</a>of <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:44" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3:44 van de Algemene wet bestuursrecht</a>.
5. Als het gaat om een ontwerpbesluit of besluit tot verlening van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, wordt dat vermeld in de kennisgeving, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:12</a>of <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:44" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3:44 van de Algemene wet bestuursrecht</a>.