BWBR0037885
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 16.131
Omgevingswet
1. De grondkamer ontwerpt de pachtovereenkomsten die uit de nieuw gevestigde pachtverhoudingen voortvloeien en neemt daarin de in artikel 12.28bedoelde bepalingen over de geldingsduur van die pachtovereenkomsten op.
2. Als een overeenkomst die geldt voor een kortere dan de wettelijke duur op grond van artikel 12.28voor verlenging vatbaar zal zijn, tekent de grondkamer dit aan op de ontwerppachtovereenkomst.
3. De grondkamer zendt de ontwerppachtovereenkomst aan hen die daarbij partij zullen zijn en stelt hen in de gelegenheid binnen vier weken na toezending de ondertekende overeenkomst aan de grondkamer te zenden. Betrokkenen kunnen de door hen overeengekomen pachtprijs en bijzondere bepalingen in de overeenkomst opnemen.
4. Op de in het derde lid bedoelde pachtovereenkomsten is <a href="/wet/BWBR0005290" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">titel 5 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>van toepassing, waarbij de grondkamer niet treedt in de beoordeling van de bepalingen van de overeenkomst die voortvloeien uit de pachtverhouding zoals deze door het ruilbesluit is komen vast te staan.
2. Als een overeenkomst die geldt voor een kortere dan de wettelijke duur op grond van artikel 12.28voor verlenging vatbaar zal zijn, tekent de grondkamer dit aan op de ontwerppachtovereenkomst.
3. De grondkamer zendt de ontwerppachtovereenkomst aan hen die daarbij partij zullen zijn en stelt hen in de gelegenheid binnen vier weken na toezending de ondertekende overeenkomst aan de grondkamer te zenden. Betrokkenen kunnen de door hen overeengekomen pachtprijs en bijzondere bepalingen in de overeenkomst opnemen.
4. Op de in het derde lid bedoelde pachtovereenkomsten is <a href="/wet/BWBR0005290" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">titel 5 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>van toepassing, waarbij de grondkamer niet treedt in de beoordeling van de bepalingen van de overeenkomst die voortvloeien uit de pachtverhouding zoals deze door het ruilbesluit is komen vast te staan.