BWBR0037885
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 16.124
Omgevingswet
1. Voor zover de toedeling van eigendom in een inrichtingsbesluit, bedoeld in artikel 12.8, eerste lid, onder a, c en d, betrekking heeft op onroerende zaken die buiten een herverkavelingsblok liggen, maakt een door gedeputeerde staten aan te wijzen notaris een akte voor de toedeling op.
2. De akte wordt opgemaakt op een door gedeputeerde staten te bepalen tijdstip dat ligt na bekendmaking van het inrichtingsbesluit.
3. De akte wordt ondertekend door de voorzitter van gedeputeerde staten en de secretaris, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/97" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 97 van de Provinciewet</a>.
4. Door de inschrijving van de akte in de openbare registers gaat de daarin omschreven eigendom over volgens de in de akte neergelegde toedeling.
5. Als op grond van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:81" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht</a>een voorlopige voorziening is getroffen, is het eerste lid niet van toepassing zolang de werking van het inrichtingsbesluit door de uitspraak van de voorzieningenrechter is opgeschort.
2. De akte wordt opgemaakt op een door gedeputeerde staten te bepalen tijdstip dat ligt na bekendmaking van het inrichtingsbesluit.
3. De akte wordt ondertekend door de voorzitter van gedeputeerde staten en de secretaris, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/97" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 97 van de Provinciewet</a>.
4. Door de inschrijving van de akte in de openbare registers gaat de daarin omschreven eigendom over volgens de in de akte neergelegde toedeling.
5. Als op grond van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:81" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht</a>een voorlopige voorziening is getroffen, is het eerste lid niet van toepassing zolang de werking van het inrichtingsbesluit door de uitspraak van de voorzieningenrechter is opgeschort.