BWBR0037885
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 16.105
Omgevingswet
1. Als er geen bedenkingen tegen de onteigeningsbeschikking zijn ingebracht, doet de rechtbank binnen zes maanden na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 16.98, eerste lid, uitspraak op het verzoek tot bekrachtiging.
2. Als er bedenkingen tegen de onteigeningsbeschikking zijn ingebracht, doet de rechtbank binnen zes maanden na ontvangst van de reactie op de bedenkingen, bedoeld in artikel 16.99, eerste lid, uitspraak op het verzoek tot bekrachtiging.
3. Als krachtens artikel 16.113<a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:51a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8:51a</a>of <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:51d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">8:51d van de Algemene wet bestuursrecht</a>wordt toegepast, doet de rechtbank in afwijking van het eerste of tweede lid:
a. binnen zes maanden na ontvangst van de reactie op de bedenkingen een tussenuitspraak, en
b. binnen zes maanden na verzending van de tussenuitspraak een einduitspraak.
2. Als er bedenkingen tegen de onteigeningsbeschikking zijn ingebracht, doet de rechtbank binnen zes maanden na ontvangst van de reactie op de bedenkingen, bedoeld in artikel 16.99, eerste lid, uitspraak op het verzoek tot bekrachtiging.
3. Als krachtens artikel 16.113<a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:51a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8:51a</a>of <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/8:51d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">8:51d van de Algemene wet bestuursrecht</a>wordt toegepast, doet de rechtbank in afwijking van het eerste of tweede lid:
a. binnen zes maanden na ontvangst van de reactie op de bedenkingen een tussenuitspraak, en
b. binnen zes maanden na verzending van de tussenuitspraak een einduitspraak.