BWBR0037885
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 15.13
Omgevingswet
1. Schade die een rechtstreeks en noodzakelijk gevolg is van een gedoogplicht als bedoeld in afdeling 10.2wordt aan de rechthebbende die de schade lijdt vergoed:
a. als die schade uitgaat boven het normale maatschappelijke risico, en
b. voor zover de rechthebbende in vergelijking met anderen onevenredig zwaar wordt getroffen.
2. Onverminderd het eerste lid wordt schade als gevolg van een gedoogplicht als bedoeld in artikel 10.3, vierde lid, alleen vergoed voor zover die het gevolg is van de verlegging van een waterkering of van andere maatregelen, gericht op het vergroten van de afvoer- of bergingscapaciteit van watersystemen.
3. De <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:126" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 4:126, tweede en derde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:129" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">4:129, aanhef en onder a en b, van de Algemene wet bestuursrecht</a>en de artikelen 15.2en 15.5, aanhef en onder c, zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Dit artikel is niet van toepassing op schade als gevolg van een gedoogplicht als bedoeld in artikel 10.3, derde lid.
a. als die schade uitgaat boven het normale maatschappelijke risico, en
b. voor zover de rechthebbende in vergelijking met anderen onevenredig zwaar wordt getroffen.
2. Onverminderd het eerste lid wordt schade als gevolg van een gedoogplicht als bedoeld in artikel 10.3, vierde lid, alleen vergoed voor zover die het gevolg is van de verlegging van een waterkering of van andere maatregelen, gericht op het vergroten van de afvoer- of bergingscapaciteit van watersystemen.
3. De <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:126" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 4:126, tweede en derde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:129" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">4:129, aanhef en onder a en b, van de Algemene wet bestuursrecht</a>en de artikelen 15.2en 15.5, aanhef en onder c, zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Dit artikel is niet van toepassing op schade als gevolg van een gedoogplicht als bedoeld in artikel 10.3, derde lid.