BWBR0037885
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 10.5
Omgevingswet
1. De met de inspectie van watersystemen of onderdelen daarvan belaste personen, werkzaam onder verantwoordelijkheid van de beheerder, zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, elke plaats te betreden met uitzondering van woningen zonder toestemming van de bewoner.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat of het dagelijks bestuur van een waterschap is bevoegd tot het geven van een machtiging als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006763/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden</a>tot het zonder toestemming van de bewoner binnentreden in een woning door een daartoe bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat of dat bestuur aangewezen persoon, voor zover die woning deel uitmaakt van een waterstaatswerk of daarmee rechtstreeks in verbinding staat.
3. De <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:13</a>, <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:15, tweede en derde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:16</a>en <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat of het dagelijks bestuur van een waterschap zijn bevoegd tot overeenkomstige toepassing van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde personen.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat of het dagelijks bestuur van een waterschap is bevoegd tot het geven van een machtiging als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006763/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden</a>tot het zonder toestemming van de bewoner binnentreden in een woning door een daartoe bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat of dat bestuur aangewezen persoon, voor zover die woning deel uitmaakt van een waterstaatswerk of daarmee rechtstreeks in verbinding staat.
3. De <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:13</a>, <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:15, tweede en derde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:16</a>en <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat of het dagelijks bestuur van een waterschap zijn bevoegd tot overeenkomstige toepassing van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde personen.