BWBR0037885
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 10.14
Omgevingswet
1. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, na overleg met Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat, aan een rechthebbende een gedoogplicht opleggen voor het tot stand brengen of opruimen van:
a. een mijnbouwwerk,
b. werken bestemd voor het opsporen van CO2-opslagcomplexen als bedoeld in artikel 1 van de Mijnbouwwet.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, na overleg met Onze Minister voor Klimaat en Energie, aan een rechthebbende een gedoogplicht opleggen voor het tot stand brengen of opruimen van:
a. een net als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998,
b. een windpark als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998,
c. een gastransportnet als bedoeld in artikel 39a van de Gaswet,
d. een inrichting waarvoor een vergunning is verleend op grond van artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet,
e. een werk voor de levering van warmte als bedoeld in artikel 38 van de Warmtewet.
a. een mijnbouwwerk,
b. werken bestemd voor het opsporen van CO2-opslagcomplexen als bedoeld in artikel 1 van de Mijnbouwwet.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, na overleg met Onze Minister voor Klimaat en Energie, aan een rechthebbende een gedoogplicht opleggen voor het tot stand brengen of opruimen van:
a. een net als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998,
b. een windpark als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998,
c. een gastransportnet als bedoeld in artikel 39a van de Gaswet,
d. een inrichting waarvoor een vergunning is verleend op grond van artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet,
e. een werk voor de levering van warmte als bedoeld in artikel 38 van de Warmtewet.