1. Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders verstrekken aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Centraal bureau voor de statistiek de in het vierde, vijfde en zesde lid bedoelde informatie voor derden door invulling van de desbetreffende onderdelen van de verdelingsmatrix, het model voor het EMU-saldo, de tabellen voor de kengetallen en beleidsindicatoren en het overzicht van balansstanden, die door het Centraal bureau voor de statistiek beschikbaar worden gesteld. De verstrekking gaat vergezeld van een door gedeputeerde staten respectievelijk het college van burgemeester en wethouders ondertekende brief aan het Centraal bureau voor de statistiek.
2. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt jaarlijks uiterlijk vóór 1 juli gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders in kennis van de vindplaats en inhoud van de verdelingsmatrix, het model, de tabellen en het overzicht, bedoeld in het eerste lid, die voor de verstrekking worden gebruikt.
3. De verdelingsmatrix bevat afzonderlijke tabellen waarin, verbijzonderd naar de economische categorieën, genoemd in bijlage 2bij deze regeling, per tabel worden weergegeven de baten en lasten behorend bij:
a. de taakvelden voor provincies en gemeenten, genoemd in bijlage 1 bij deze regeling;
b. de balansmutaties voor de balansposten, genoemd in bijlage 3 bij deze regeling.
4. Vóór 15 november van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar worden verstrekt:
a. de geraamde baten en lasten van de taakvelden, verbijzonderd naar de economische categorieën;
b. de geprognosticeerde balansmutaties, verbijzonderd naar de economische categorieën;
c. de kengetallen, genoemd in artikel 11, tweede lid, onder d, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten;
d. de beleidsindicatoren, genoemd in de bijlage behorende bij de Regeling beleidsindicatoren provincies onderscheidenlijk bij de Regeling beleidsindicatoren gemeenten, voor zover de provincies onderscheidenlijk de gemeenten bronhouder zijn, en
e. het model voor het EMU-saldo.
5. Vóór 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar worden verstrekt:
a. de gerealiseerde baten en lasten van de taakvelden, verbijzonderd naar de economische categorieën;
b. de balansmutaties, verbijzonderd naar de economische categorieën;
c. de kengetallen genoemd in artikel 11, tweede lid, onder d, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten;
d. de beleidsindicatoren, genoemd in de bijlage behorende bij de Regeling beleidsindicatoren provincies onderscheidenlijk bij de Regeling beleidsindicatoren gemeenten, voor zover de provincies onderscheidenlijk de gemeenten bronhouder zijn, en
e. het overzicht van de in bijlage 3 bij deze regeling genoemde balansstanden.
6. Binnen een maand na afloop van elk kwartaal worden verstrekt de gerealiseerde, gecumuleerde baten en lasten van de taakvelden en de balansmutaties, alsmede het overzicht van in bijlage 4bij deze regeling genoemde balansstanden. Daarnaast verstrekt het college van burgemeester en wethouders de actuele begroting.