1. De stagiaire verzoekt vrijstelling deelname onderwijs als bedoeld in
artikel 3.18, eerste lid van de Verordening op de advocatuur, uiterlijk vier weken na aanvang van het desbetreffende onderwijs.
2. De stagiaire verzoekt vrijstelling van de toets als bedoeld in
artikel 3.20, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur, uiterlijk zes weken voor de desbetreffende eerste toetsgelegenheid.