BWBR0037552
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 8.6
Wet natuurbescherming
1. Ingeval op grond van artikel 1.13, eerste lid, aanhef in samenhang met onderdeel a, een programma is vastgesteld dat betrekking heeft op Natura 2000-gebieden, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld die van toepassing zijn indien:
a. een project of als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied dat niet in het programma is opgenomen, of
b. ten aanzien van een project of als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, bij die algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen het besluit hebben genomen dat artikel 5.5, derde lid, niet van toepassing is.
2. De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen onder meer betrekking hebben op:
a. de voorwaarden waaronder het verbod, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, niet van toepassing is;
b. de voorwaarden waaronder vergunningen als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, worden verleend en andere besluiten worden genomen waarbij moet zijn voldaan aan artikel 2.8;
c. de voorschriften die worden gegeven bij een krachtens artikel 2.4, eerste lid, op te leggen verplichting;
d. de voorwaarden waaronder een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt genomen;
e. de maatregelen, te treffen door de bij het programma betrokken bestuursorganen of door degenen die projecten realiseren als bedoeld in het eerste lid, gericht op het verkrijgen van overzicht van de bijdragen van deze projecten aan de belasting van de natuurwaarden door de desbetreffende krachtens artikel 1.13, eerste lid, onderdeel a, aangewezen factor.
3. De regels, bedoeld in het eerste lid, verzekeren dat op voorhand geen afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van het programma, bedoeld in het eerste lid, en dat op grond van objectieve gegevens op voorhand kan worden uitgesloten dat projecten als bedoeld in het eerste lid afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied zullen aantasten.
a. een project of als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied dat niet in het programma is opgenomen, of
b. ten aanzien van een project of als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, bij die algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen het besluit hebben genomen dat artikel 5.5, derde lid, niet van toepassing is.
2. De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen onder meer betrekking hebben op:
a. de voorwaarden waaronder het verbod, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, niet van toepassing is;
b. de voorwaarden waaronder vergunningen als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, worden verleend en andere besluiten worden genomen waarbij moet zijn voldaan aan artikel 2.8;
c. de voorschriften die worden gegeven bij een krachtens artikel 2.4, eerste lid, op te leggen verplichting;
d. de voorwaarden waaronder een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt genomen;
e. de maatregelen, te treffen door de bij het programma betrokken bestuursorganen of door degenen die projecten realiseren als bedoeld in het eerste lid, gericht op het verkrijgen van overzicht van de bijdragen van deze projecten aan de belasting van de natuurwaarden door de desbetreffende krachtens artikel 1.13, eerste lid, onderdeel a, aangewezen factor.
3. De regels, bedoeld in het eerste lid, verzekeren dat op voorhand geen afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van het programma, bedoeld in het eerste lid, en dat op grond van objectieve gegevens op voorhand kan worden uitgesloten dat projecten als bedoeld in het eerste lid afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied zullen aantasten.