BWBR0037521
Geldig vanaf 2016-02-08
Artikel 9.4
Erfgoedwet
1. De <a href="/wet/BWBR0003659" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet tot behoud van cultuurbezit</a>, zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing op:
a. de aanwijzing van een beschermd voorwerp of beschermde verzameling, bedoeld in artikel 2, 3 of 3a van de Wet tot behoud van cultuurbezit, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, indien de procedure is aangevangen voor de datum van inwerkingtreding van deze wet;
b. de wijziging van een aanwijzing, bedoeld in artikel 3d, tweede lid, van de Wet tot behoud van cultuurbezit, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, indien de procedure is aangevangen voor de datum van inwerkingtreding van deze wet;
c. een verzoek als bedoeld in artikel 3d, eerste lid, van de Wet tot behoud van cultuurbezit, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, waar nog niet op is beslist;
d. een voornemen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet tot behoud van cultuurbezit, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, indien dit is gemeld voor de datum van inwerkingtreding van deze wet;
e. een aanvraag als bedoeld in artikel 14 van de Wet tot behoud van cultuurbezit, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, die is ingediend voor de datum van inwerkingtreding van deze wet alsmede een geschil over een besluit op een dergelijke aanvraag.
2. Een vergunning die is verleend op grond van <a href="/wet/BWBR0003659/artikel/14a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14a</a>of <a href="/wet/BWBR0003659/artikel/14b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14b van de Wet tot behoud van cultuurbezit</a>wordt geacht een vergunning als bedoeld in artikel 4.22onderscheidenlijk artikel 4.23van deze wet te zijn.
a. de aanwijzing van een beschermd voorwerp of beschermde verzameling, bedoeld in artikel 2, 3 of 3a van de Wet tot behoud van cultuurbezit, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, indien de procedure is aangevangen voor de datum van inwerkingtreding van deze wet;
b. de wijziging van een aanwijzing, bedoeld in artikel 3d, tweede lid, van de Wet tot behoud van cultuurbezit, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, indien de procedure is aangevangen voor de datum van inwerkingtreding van deze wet;
c. een verzoek als bedoeld in artikel 3d, eerste lid, van de Wet tot behoud van cultuurbezit, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, waar nog niet op is beslist;
d. een voornemen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet tot behoud van cultuurbezit, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, indien dit is gemeld voor de datum van inwerkingtreding van deze wet;
e. een aanvraag als bedoeld in artikel 14 van de Wet tot behoud van cultuurbezit, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, die is ingediend voor de datum van inwerkingtreding van deze wet alsmede een geschil over een besluit op een dergelijke aanvraag.
2. Een vergunning die is verleend op grond van <a href="/wet/BWBR0003659/artikel/14a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14a</a>of <a href="/wet/BWBR0003659/artikel/14b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14b van de Wet tot behoud van cultuurbezit</a>wordt geacht een vergunning als bedoeld in artikel 4.22onderscheidenlijk artikel 4.23van deze wet te zijn.