BWBR0037521
Geldig vanaf 2016-02-08
Artikel 9.1
Erfgoedwet
1. Tot het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 16 juni 2014 ingediende voorstel van wet houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) (Kamerstukken 33 962) tot wet is verheven en in werking is getreden:
a. blijven de hoofdstukken II, paragrafen 2 en 3, IV, V, paragrafen 1 en 9, en VI van de Monumentenwet 1988, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, van toepassing;
b. is artikel 5 van de Monumentenwet 1988, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, van overeenkomstige toepassing voor een monument of archeologisch monument met ingang van de datum waarop het ontwerpbesluit tot aanwijzing als rijksmonument wordt toegezonden als bedoeld in artikel 3:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Bij de toepassing van het eerste lid blijven de volgende bepalingen, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, van toepassing:
a. bijlage 1 behorende bij de Algemene wet bestuursrecht;
b. artikel 1a, onderdeel 2, van de Wet op de economische delicten.
a. blijven de hoofdstukken II, paragrafen 2 en 3, IV, V, paragrafen 1 en 9, en VI van de Monumentenwet 1988, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, van toepassing;
b. is artikel 5 van de Monumentenwet 1988, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, van overeenkomstige toepassing voor een monument of archeologisch monument met ingang van de datum waarop het ontwerpbesluit tot aanwijzing als rijksmonument wordt toegezonden als bedoeld in artikel 3:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Bij de toepassing van het eerste lid blijven de volgende bepalingen, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, van toepassing:
a. bijlage 1 behorende bij de Algemene wet bestuursrecht;
b. artikel 1a, onderdeel 2, van de Wet op de economische delicten.