BWBR0037521
Geldig vanaf 2016-02-08
Artikel 8.6
Erfgoedwet
1. De ambtenaren, bedoeld in de artikelen 8.3en 8.4, zijn bevoegd:
a. met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner; of
b. te vorderen dat de bewoner hun beschermde cultuurgoederen, museale cultuurgoederen van de Staat of cultuurgoederen als bedoeld in artikel 4.22, artikel 4.23 of hoofdstuk 6, die in de woning aanwezig zijn, toont.
2. Voor het toezicht op de naleving van de bepalingen van hoofdstuk 6zijn de toezichthouders bevoegd:
a. ruimten en voorwerpen te verzegelen, voor zover dat voor de uitoefening van de in artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde bevoegdheden redelijkerwijs noodzakelijk is; of
b. zo nodig met behulp van de sterke arm de bevoegdheid, bedoeld in artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht uit te oefenen.
a. met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner; of
b. te vorderen dat de bewoner hun beschermde cultuurgoederen, museale cultuurgoederen van de Staat of cultuurgoederen als bedoeld in artikel 4.22, artikel 4.23 of hoofdstuk 6, die in de woning aanwezig zijn, toont.
2. Voor het toezicht op de naleving van de bepalingen van hoofdstuk 6zijn de toezichthouders bevoegd:
a. ruimten en voorwerpen te verzegelen, voor zover dat voor de uitoefening van de in artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde bevoegdheden redelijkerwijs noodzakelijk is; of
b. zo nodig met behulp van de sterke arm de bevoegdheid, bedoeld in artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht uit te oefenen.