BWBR0037521
Geldig vanaf 2016-02-08
Artikel 8.4
Erfgoedwet
1. Met de opsporing van de strafbaar gestelde overtredingen van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn, onverminderd <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/141" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering</a>, belast:
a. de toezichthouders, bedoeld in artikel 8.3, voor zover zij daartoe bij besluit van Onze Minister van Veiligheid en Justitie zijn aangewezen;
b. de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane.
2. De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, zijn tevens belast met de opsporing van de feiten strafbaar gesteld in de <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/179" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 179 tot en met 182</a>en <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/184" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">184 van het Wetboek van Strafrecht</a>, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
a. de toezichthouders, bedoeld in artikel 8.3, voor zover zij daartoe bij besluit van Onze Minister van Veiligheid en Justitie zijn aangewezen;
b. de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane.
2. De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, zijn tevens belast met de opsporing van de feiten strafbaar gesteld in de <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/179" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 179 tot en met 182</a>en <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/184" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">184 van het Wetboek van Strafrecht</a>, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.