BWBR0037521
Geldig vanaf 2016-02-08
Artikel 6.4
Erfgoedwet
1. Onze Minister kan een cultuurgoed ten aanzien waarvan een redelijk vermoeden bestaat dat daarmee het verbod, bedoeld in artikel 6.3, is overtreden, in bewaring nemen voor de tijd die Onze Minister nodig acht om de verdragsstaat waaruit het cultuurgoed afkomstig is, in staat te stellen op dit cultuurgoed beslag te doen leggen. Deze tijd mag niet langer zijn dan twaalf weken.
2. De inbewaringneming kan eenmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verlengd.
2. De inbewaringneming kan eenmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verlengd.