BWBR0037521
Geldig vanaf 2016-02-08
Artikel 5.7
Erfgoedwet
Een archeologische vondst die is aangetroffen bij een opgraving en waarop niemand zijn recht van eigendom kan bewijzen, is eigendom van:
a. de provincie waar de vondst is aangetroffen;
b. de gemeente waar de vondst is aangetroffen, indien die gemeente beschikt over een aangewezen depot als bedoeld in artikel 5.8, tweede lid; of
c. de Staat, indien de vondst is aangetroffen buiten het grondgebied van enige gemeente.
a. de provincie waar de vondst is aangetroffen;
b. de gemeente waar de vondst is aangetroffen, indien die gemeente beschikt over een aangewezen depot als bedoeld in artikel 5.8, tweede lid; of
c. de Staat, indien de vondst is aangetroffen buiten het grondgebied van enige gemeente.