BWBR0037521
Geldig vanaf 2016-02-08
Artikel 3.10
Erfgoedwet
1. Onze Minister gaat niet over tot aanwijzing als beschermd cultuurgoed of als beschermde verzameling indien een cultuurgoed als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, een verzameling of een deel daarvan:
a. berust onder iemand die tijdelijk zijn woonplaats naar Nederland verplaatst;
b. door een niet-ingezetene wordt uitgeleend voor tijdelijke tentoonstelling in Nederland; of
c. wegens hiermee vergelijkbare omstandigheden naar het oordeel van Onze Minister niet in Nederland thuishoort.
2. Onze Minister gaat niet eerder dan een jaar nadat de omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met c, zich niet meer hebben voorgedaan over tot aanwijzing als beschermd cultuurgoed of als beschermde verzameling.
a. berust onder iemand die tijdelijk zijn woonplaats naar Nederland verplaatst;
b. door een niet-ingezetene wordt uitgeleend voor tijdelijke tentoonstelling in Nederland; of
c. wegens hiermee vergelijkbare omstandigheden naar het oordeel van Onze Minister niet in Nederland thuishoort.
2. Onze Minister gaat niet eerder dan een jaar nadat de omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met c, zich niet meer hebben voorgedaan over tot aanwijzing als beschermd cultuurgoed of als beschermde verzameling.