Voor een schip als bedoeld in
artikel 6, eerste lid, van het besluit, waarvoor op grond van het
Schepenbesluit 1965een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven dat nog geldig is op het tijdstip waarop deze regeling in werking treedt, gaat de in
artikel 3d van de Regeling veiligheid Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepenbedoelde verplichting eerst gelden op het moment waarop het voor dat schip afgegeven certificaat van deugdelijkheid ingevolge
artikel 7, eerste lid, van de Schepenwetvervalt. Tot dat moment blijven op het schip de bij of krachtens het Schepenbesluit 1965 gestelde regels betreffende onderzoeken en eisen van toepassing.