1. Er kan een verhoging, korting, aftrek, bijtelling of gebruiksvergoeding als bedoeld in
artikel 62, derde, vierde, vijfde of zesde lid, van de Spoorwegwetzoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, worden overeengekomen, mits die in de netverklaring als bedoeld in
artikel 58 van de Spoorwegwetis opgenomen, tot het tijdstip waarop voor het desbetreffende onderwerp op grond van artikel 62, zesde lid, van de Spoorwegwet vastgestelde regels in werking zijn getreden.
2. De in het eerste lid bedoelde vergoedingen voldoen aan de artikelen 32 tot en met 37 en 51, eerste lid, van richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PbEU 2012, L 343/32) juncto
artikel 62, eerste lid, van de Spoorwegwet.