Artikel 1
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a) toegelaten instelling: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet;
b) CFV: Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting, bedoeld in artikel 71 van de Woningwet;
c) ILT: Inspectie Leefomgeving en Transport;
d) minister: Minister voor Wonen en Rijksdienst;
e) jaarverslaggeving: verantwoording van de instelling conform Titel 9 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die minimaal bestaat uit het bestuursverslag en de jaarrekening;
f) kasstroomprognose: uitspraak omtrent het vermoedelijk verloop of de vermoedelijke afloop van de financieringsbehoefte en de liquiditeitsplanning voor de korte en lange termijn;
g) rating: taxatie van de kredietwaardigheid van een financiële onderneming of een land;
h) ratingbureau: bureau dat de kredietwaardigheid van financiële ondernemingen en landen taxeert, als Moody’s, Standard and Poor’s en Fitch;
i) waardepapieren: documenten met een geldwaarde, zoals een bewijs van een obligatie.
j) middelen: alle gelden waarover een toegelaten instelling beschikt;
k) beleggingen: uitgezette middelen die tijdelijk niet benodigd zijn om aan de lopende financiële verplichtingen te voldoen, m.u.v. financiële derivaten als bedoeld in de “Beleidsregels gebruik financiële derivaten door toegelaten instellingen volkshuisvesting”;
l) lidstaat: lid van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte – Noorwegen, IJsland en Liechtenstein – en ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door ten minste twee ratingbureaus;
m) financiële onderneming: onderneming als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht die het bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen, beleggingsdiensten mag verlenen, beleggingsinstellingen mag beheren, rechten van deelneming in een beleggings-maatschappij mag aanbieden, of het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen, alsmede ondernemingen die op grond van Europese richtlijnen vallen onder een met de Wft vergelijkbare vorm van Home Country Control;
n) near banking: het lenen van gelden met het doel deze weer uit te zetten bij dezelfde of een andere partij;
o) achtergesteld papier: waardepapieren die later voor uitbetaling in aanmerking komen dan de vorderingen van andere schuldeisers.
a) toegelaten instelling: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet;
b) CFV: Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting, bedoeld in artikel 71 van de Woningwet;
c) ILT: Inspectie Leefomgeving en Transport;
d) minister: Minister voor Wonen en Rijksdienst;
e) jaarverslaggeving: verantwoording van de instelling conform Titel 9 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die minimaal bestaat uit het bestuursverslag en de jaarrekening;
f) kasstroomprognose: uitspraak omtrent het vermoedelijk verloop of de vermoedelijke afloop van de financieringsbehoefte en de liquiditeitsplanning voor de korte en lange termijn;
g) rating: taxatie van de kredietwaardigheid van een financiële onderneming of een land;
h) ratingbureau: bureau dat de kredietwaardigheid van financiële ondernemingen en landen taxeert, als Moody’s, Standard and Poor’s en Fitch;
i) waardepapieren: documenten met een geldwaarde, zoals een bewijs van een obligatie.
j) middelen: alle gelden waarover een toegelaten instelling beschikt;
k) beleggingen: uitgezette middelen die tijdelijk niet benodigd zijn om aan de lopende financiële verplichtingen te voldoen, m.u.v. financiële derivaten als bedoeld in de “Beleidsregels gebruik financiële derivaten door toegelaten instellingen volkshuisvesting”;
l) lidstaat: lid van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte – Noorwegen, IJsland en Liechtenstein – en ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door ten minste twee ratingbureaus;
m) financiële onderneming: onderneming als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht die het bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen, beleggingsdiensten mag verlenen, beleggingsinstellingen mag beheren, rechten van deelneming in een beleggings-maatschappij mag aanbieden, of het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen, alsmede ondernemingen die op grond van Europese richtlijnen vallen onder een met de Wft vergelijkbare vorm van Home Country Control;
n) near banking: het lenen van gelden met het doel deze weer uit te zetten bij dezelfde of een andere partij;
o) achtergesteld papier: waardepapieren die later voor uitbetaling in aanmerking komen dan de vorderingen van andere schuldeisers.