BWBR0035917
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 9.1.1
Wet langdurige zorg
1. De <a href="/wet/BWBR0023864/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 4</a>en <a href="/wet/BWBR0023864/artikel/6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">6 tot en met 9 van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg</a>zijn, voor de uitvoering van deze wet, van overeenkomstige toepassing op de Wlz-uitvoerder.
2. De Wlz-uitvoerder stelt de identiteit en het burgerservicenummer van de verzekerde vast:
a. wanneer de persoon zich ter inschrijving bij de Wlz-uitvoerder meldt;
b. voor zover dat redelijkerwijs nodig is ter uitvoering van artikel 12 van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.
3. Bij gegevensuitwisseling tussen de Wlz-uitvoerders en de in de artikelen 9.1.2 tot en met 9.1.5genoemde personen en instanties wordt voor zover die personen en instanties tot gebruik van dat nummer bevoegd zijn, het burgerservicenummer gebruikt.
4. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald aan welke beveiligingseisen het gebruik van het burgerservicenummer door de Wlz-uitvoerder, alsmede de opname daarvan in zijn administratie, voldoet.
5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen vormen van zorg als bedoeld in artikel 3.1.1, alsmede categorieën van Wlz-uitvoerders en in de artikelen 9.1.2 tot en met 9.1.5genoemde personen en instanties worden uitgezonderd van de toepassing van het bepaalde bij of krachtens eerste tot en met het derde lid.
6. Het CIZ stelt bij de aanvraag van een indicatiebesluit de identiteit en het burgerservicenummer van de verzekerde vast aan de hand van documenten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006297/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht</a>, die de verzekerde hem desgevraagd ter inzage geeft, respectievelijk door raadpleging van het nummerregister en de registraties, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0022428/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3, eerste lid, onder b en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer</a>, tenzij:
a. de aanvraag namens de verzekerde wordt ingediend door een zorgaanbieder die de identiteit en het burgerservicenummer van de verzekerde reeds heeft vastgesteld; of
b. de identiteit en het burgerservicenummer van de verzekerde reeds zijn vastgesteld door een zorgaanbieder.
2. De Wlz-uitvoerder stelt de identiteit en het burgerservicenummer van de verzekerde vast:
a. wanneer de persoon zich ter inschrijving bij de Wlz-uitvoerder meldt;
b. voor zover dat redelijkerwijs nodig is ter uitvoering van artikel 12 van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.
3. Bij gegevensuitwisseling tussen de Wlz-uitvoerders en de in de artikelen 9.1.2 tot en met 9.1.5genoemde personen en instanties wordt voor zover die personen en instanties tot gebruik van dat nummer bevoegd zijn, het burgerservicenummer gebruikt.
4. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald aan welke beveiligingseisen het gebruik van het burgerservicenummer door de Wlz-uitvoerder, alsmede de opname daarvan in zijn administratie, voldoet.
5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen vormen van zorg als bedoeld in artikel 3.1.1, alsmede categorieën van Wlz-uitvoerders en in de artikelen 9.1.2 tot en met 9.1.5genoemde personen en instanties worden uitgezonderd van de toepassing van het bepaalde bij of krachtens eerste tot en met het derde lid.
6. Het CIZ stelt bij de aanvraag van een indicatiebesluit de identiteit en het burgerservicenummer van de verzekerde vast aan de hand van documenten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006297/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht</a>, die de verzekerde hem desgevraagd ter inzage geeft, respectievelijk door raadpleging van het nummerregister en de registraties, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0022428/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3, eerste lid, onder b en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer</a>, tenzij:
a. de aanvraag namens de verzekerde wordt ingediend door een zorgaanbieder die de identiteit en het burgerservicenummer van de verzekerde reeds heeft vastgesteld; of
b. de identiteit en het burgerservicenummer van de verzekerde reeds zijn vastgesteld door een zorgaanbieder.