1. Indien de stimuleringspremie geheel wordt uitgeruild voor een periode van buitengewoon verlof, wordt de duur van de periode van buitengewoon verlof als volgt bepaald:
a. op de stimuleringspremie wordt in mindering gebracht de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering,
b. het dan overblijvende bedrag wordt gedeeld door het maandsalaris van de VWNW-kandidaat of remplaçant,
c. het aantal maanden buitengewoon verlof wordt op hele maanden naar boven afgerond als de uitkomst 0,5 of meer bedraagt en naar beneden indien de uitkomst minder dan 0,5 bedraagt.
2. Indien de stimuleringspremie gedeeltelijk wordt uitgeruild voor een periode van buitengewoon verlof, wordt het tegoed aan stimuleringspremie als volgt bepaald:
a. de kosten van de gewenste periode van buitengewoon verlof worden per maand vastgesteld door bij het maandsalaris op te tellen de vakantie-uitkering van 8% en de eindejaarsuitkering van 8,3%,
b. de onder a bedoelde kosten worden op de stimuleringspremie in mindering gebracht.
3. Indien de duur van de periode van buitengewoon verlof, bedoeld in het eerste lid, zodanig is dat de pensioengerechtigde leeftijd van de VWNW-kandidaat of remplaçant wordt overschreden, eindigt het buitengewoon verlof met ingang van de datum van het bereiken van deze leeftijd. Een eventuele resterende periode van buitengewoon verlof wordt na omrekening als stimuleringspremie uitgekeerd.