BWBR0035362
Geldig vanaf 2019-05-22
Artikel 8.6
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
1. Nadat het indicatieorgaan, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002614/artikel/9b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9b, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten</a>, en de zorgverzekeraar, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002614/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1</a>, onderscheidenlijk de rechtspersoon, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002614/artikel/40" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 40 van die wet</a>, de in artikel 8.2genoemde gegevens hebben verstrekt aan het college van de gemeente waarvan betrokkene ingezetene is, voert het college, met overeenkomstige toepassing van artikel 2.3.2, tweede tot en met achtste lid, zonder melding als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, het in dat artikel bedoelde onderzoek uit op een zodanig tijdstip dat betrokkene tijdig voor het tijdstip waarop hij niet langer op grond van artikel 8.3, eerste of derde lid, of artikel 8.4, eerste lid, aanspraak zal hebben op de in die gegevens omschreven zorg onderscheidenlijk de in die gegevens omschreven subsidie, een aanvraag kan doen voor een maatwerkvoorziening als bedoeld in artikel 2.3.5. eerste lid.
2. Nadat de zorgverzekeraar, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002614/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1</a>, onderscheidenlijk de rechtspersoon, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002614/artikel/40" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten</a>, de in artikel 8.2, tweede lid, bedoelde gegevens heeft verstrekt aan het college van de gemeente waarvan betrokkene ingezetene is, voert het college, met overeenkomstige toepassing van artikel 2.3.2, tweede tot en met achtste lid, zonder melding als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, het in dat artikel bedoelde onderzoek uit op een zodanig tijdstip dat betrokkene tijdig voor het tijdstip waarop hij niet langer op grond van artikel 8.3, vierde lid, aanspraak zal hebben op de in die gegevens omschreven zorg, een aanvraag kan doen voor een maatwerkvoorziening als bedoeld in artikel 2.3.5. eerste lid.
2. Nadat de zorgverzekeraar, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002614/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1</a>, onderscheidenlijk de rechtspersoon, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002614/artikel/40" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten</a>, de in artikel 8.2, tweede lid, bedoelde gegevens heeft verstrekt aan het college van de gemeente waarvan betrokkene ingezetene is, voert het college, met overeenkomstige toepassing van artikel 2.3.2, tweede tot en met achtste lid, zonder melding als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, het in dat artikel bedoelde onderzoek uit op een zodanig tijdstip dat betrokkene tijdig voor het tijdstip waarop hij niet langer op grond van artikel 8.3, vierde lid, aanspraak zal hebben op de in die gegevens omschreven zorg, een aanvraag kan doen voor een maatwerkvoorziening als bedoeld in artikel 2.3.5. eerste lid.