Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
– decentralisaties in het sociaal domein: de taken die in de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 aan gemeenten zijn toegekend, alsmede de taak voor gemeenten om participatievoorzieningen zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, en artikel 10, eerste lid, van de Participatiewet gericht op arbeidsinschakeling, met uitzondering van loonkostensubsidies als bedoeld in artikel 10d van die wet, en dienstbetrekkingen als bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van de Wet sociale werkvoorziening, aan te bieden;
– de Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
– de regietafel decentralisaties: structureel overlegorgaan van de voor de decentralisaties verantwoordelijke bewindspersonen, de voorzitter van de VNG en een aantal gemeenten, onder voorzitterschap van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
– decentralisaties in het sociaal domein: de taken die in de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 aan gemeenten zijn toegekend, alsmede de taak voor gemeenten om participatievoorzieningen zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, en artikel 10, eerste lid, van de Participatiewet gericht op arbeidsinschakeling, met uitzondering van loonkostensubsidies als bedoeld in artikel 10d van die wet, en dienstbetrekkingen als bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van de Wet sociale werkvoorziening, aan te bieden;
– de Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
– de regietafel decentralisaties: structureel overlegorgaan van de voor de decentralisaties verantwoordelijke bewindspersonen, de voorzitter van de VNG en een aantal gemeenten, onder voorzitterschap van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.