1. De
Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, zoals die op 31 december 2015 luidde, blijft van toepassing op besluiten met betrekking tot de tegemoetkoming, bedoeld in
artikel 2, eerste lid, van die wet, die het CAK, genoemd in
artikel 48, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor 1 januari 2016 heeft genomen.
2. De
Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, zoals die op 31 december 2013, luidde, blijft van toepassing op besluiten met betrekking tot de tegemoetkoming, bedoeld in
artikel 10 van die wet, die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in
hoofdstuk 5, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, voor 1 januari 2014 heeft genomen.
3.
Artikel 118a van de Zorgverzekeringswetzoals dat op 31 december 2014 luidde, blijft van toepassing op besluiten met betrekking tot de uitkering, bedoeld in artikel 118a van die wet, die het CAK, genoemd in
artikel 48, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor 1 januari 2015 heeft genomen.
4. De uitgaven na 31 december 2015 in verband met de besluiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, komen ten laste van ’s Rijks kas.
5. De uitgaven na 31 december 2014 in verband met de besluiten, bedoeld in het derde lid, komen ten laste van het Zorgverzekeringsfonds, genoemd in
artikel 39, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet.