1. De wijzigingen die artikel I, onderdeel D, onder 2, 3 en 5, voor wat betreft het vervallen van klassieke culturele vorming, en artikel II, onder 2, 3 en 5, voor wat betreft het vervallen van klassieke culturele vorming, aanbrengen in
artikel 13 van de Wet op het voortgezet onderwijsen
artikel 39 van de Wet voortgezet onderwijs BESen de ter uitvoering daarvan vastgestelde voorschriften, vinden met ingang van het eerste schooljaar na inwerkingtreding van deze artikelen of onderdelen successievelijk toepassing per opvolgend leerjaar.
2. Op de leerjaren waarvoor de wijzigingen als gevolg van hun successievelijke toepassing nog niet gelden, blijft van toepassing het bepaalde bij en krachtens
artikel 13 van de Wet op het voortgezet onderwijsen
artikel 39 van de Wet voortgezet onderwijs BESzoals luidend op de dag voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, onder 2, 3 en 5, voor wat betreft het vervallen van klassieke culturele vorming, en artikel II, onder 2, 3 en 5, voor wat betreft het vervallen van klassieke culturele vorming.